wintersport in osttirol

Authentieke wintersportbestemming Osttirol

Ik kan me de eerste jaren wintersport als klein hummeltje nog goed herinneren. Iemand tilde me in een éénpersoonsstoeltjeslift, een houten stok werd een halve meter voor je als beugel dichtgedaan en er werd gezegd dat je ‘vooral goed naar achter moest blijven zitten’. Hup, 30 meter boven de afgrond en maar vooral goed naar achter blijven zitten. Boven aangekomen werd je weer uit je stoeltje getild en kon je met je klasje gaan skiën. Die tijden zijn wel veranderd! Grote 8-persoons gondels, 8-persoonsstoeltjesliften met stoelverwarming en een kap tegen de kou. Sneller omhoog, meer mensen in de lift, meer pistes en meer capaciteit. Allemaal positief natuurlijk, maar daardoor worden sommige skigebieden wel erg druk. Niet in Osttirol. Ik beleefde daar een aantal heerlijke dagen en was blij verrast door de authenticiteit van het gebied. Nog een hele authentieke wintersportbestemming is Osttirol.

Skigebied St. Jakob im Defereggental

Ik verblijf in het gemoedelijke dorpje St. Veit, op zo’n 1400 meter hoogte, waar men het begrip massatoerisme nog niet kent. Op het balkon van mijn kamer hoor ik ’s ochtends alleen de vogeltjes fluiten en adem ik de frisse berglucht in. Vanuit Defereggental Hotel & Resort (aanrader!) rijd je met een speciaal skibusje naar het skigebied St. Jakob, op zo’n 2 kilometer van het hotel. Je kunt er uiteraard ook met je eigen auto naartoe, want er is parkeergelegenheid genoeg. Het is een klein skigebied, met 24 km piste. Wachttijden bij de lift kennen ze hier ook al niet en ik laat het op me inwerken. Als ik in de stoeltjeslift geniet van de zon op mijn gezicht, zie ik onder ons een kleine berghut. Ook dat vind ik een verademing; kleine authentieke hutten, nog écht Oostenrijks. Ondanks dat er in heel Oostenrijk sneeuwproblemen zijn in de week dat ik er ben, zijn de condities op de piste erg goed. Het gebied staat als sneeuwzeker bekend en dat klopt absoluut.

De pistes zijn breed, goed geprepareerd en leuk. Je vindt er een zwarte piste, de rest is voornamelijk rood en er zijn wat blauwe pistes voor beginners. De dalafdaling gaat door de bossen en brengt je tot in het dorpje St. Jakob. Zelfs de dalafdaling is zeer prettig skiën, ondanks dat er (voor Osttirolse begrippen) weinig sneeuw ligt. In het gebied vind je meerdere kleine houten hutten, waar je bij goed weer op het terras kunt eten en bij kouder weer binnen kunt opwarmen. Ook hier is het massatoerisme onbekend; met maximaal 15 tafels binnen in de hut, leek het bijna alsof ik terugging in de tijd. De prijzen van de gerechten zijn er ook vriendelijker dan ik gewend ben van massalere skigebieden.

Bij voldoende sneeuw kun je overigens ook rechtsreeks terug skiën naar Defereggental Hotel & Resort, leuke extra. Terwijl wij met de auto terugreden, voelde ik me vooral heel erg ontspannen. Geen drukte op de piste, geen wachttijden bij de liften, een gemoedelijke sfeer; skigebied St. Jakob im Defereggental is klein, maar fijn!

Uitzicht vanuit de hotelkamer. Is het niet waanzinnig mooi?

Uitzicht vanuit de hotelkamer. Is het niet waanzinnig mooi?

Skigebied st. Jakob

Skigebied st. Jakob

st jakob skigebied

st jakob skigebied

Schitterende natuur

Schitterende natuur

Skigebied Kals-Matrei

De  volgende dag ga ik skiën in het Grossglockner resort Kals-Matrei, een ander skigebied op zo’n twintig minuutjes rijden van mijn hotel. Met een Skihit-pas mag je met één pas in 6 verschillende skigebieden in Osttirol skiën en dat is leuk voor de afwisseling. Kals-Matrei heeft 42 pistenkilometers en er is genoeg te doen voor zowel de beginnende skier als de gevorderde skiër (en snowboarder). Ook kun je er vanaf het middelstation van de gondel naar beneden rodelen, over een pad van zo’n 3 kilometer lang. Ik lees ergens anders dat de afdaling ‘ een vrij saai pad ‘ is, maar ik vond het heerlijk. Door de bossen als een soort boardercrosser over het brede pad naar beneden, niemand tegenkomen en genieten van de natuur en de sneeuw. Vind ik niet saai.

De dorpjes Kals en Matrei zijn nog klein en authentiek en datzelfde geldt voor het skigebied. De Adler Lounge, het hoogste restaurant (en hotel!) van het gebied op ruim 2.700 meter, is het meest moderne en grote restaurant in het gebied. Je kunt er bijzondere gerechten eten en je hebt er prachtig uitzicht, al ga ik persoonlijk liever eten in een kleinschalig Tiroler berghutje. Ook de pistes in Kals-Matrei zijn erg goed geprepareerd en routes zijn duidelijk aangegeven. Op sommige plekken kom ik minutenlang geen andere skiërs tegen en ik geniet intens van de waanzinnige natuur. Je zit hier tegen het nationaal park Hohe Tauern aan, één van de grootste natuurgebieden van Europa. Dit maakt de skigebieden in Osttirol voor mij extra bijzonder, omdat de natuur erg indrukwekkend is.

Ook als je niet wilt skiën, is er genoeg te doen. Zo zijn er veel loipes om te langlaufen en kun je er prachtig wandelen. Ook qua wellness is het heerlijk, maar daarover vertel ik jullie in een later artikel meer. Osttirol is een ontzettend authentieke wintersportbestemming en ademt wintersport, natuur en rust. Geen trek in massatoerisme, wel genieten van je wintersport? Dan is Osttirol de plek voor jou!

Waanzinnig mooie natuur in Osttirol

Waanzinnig mooie natuur in Osttirol – op dit soort plekjes kan ik uren staan, ken je dat?

Spinazieknödel bij de Adler Lounge

Spinazieknödel bij de Adler Lounge

minutenlang niemand tegenkomen op de pistes van Kals-Matrei

minutenlang niemand tegenkomen op de pistes van Kals-Matrei

Ik was in St. Jakob en Kals-Matrei op uitnodiging van Osttirol.

Geef een reactie